Resultaten Nationale Gezondheidstest 1999
'Werk de belangrijkste bron van lichaamsbeweging'
Beweging in het werk blijkt tezamen met beweging in het woon-werk verkeer de grootste bijdrage te leveren aan lichaamsbeweging van de Nederlander (29%). Sport èn activiteiten in en rond het huis staan op de tweede (26%) en derde plaats (23%). Dit blijkt uit de resultaten van de eerste Nationale Gezondheidstest. Dienstverleners, huisvrouwen en werknemers in de industrie zijn het meest actief. In februari 1999 hebben in totaal 2563 Nederlanders meegedaan aan de Nationale Gezondheidstest, bestaande uit fysieke metingen en een uitgebreide vragenlijst. De testen zijn uitgevoerd in tientallen centra voor training en therapie en geanalyseerd door TNO Arbeid. Van de tien beroepsgroepen die te onderscheiden waren, bleken met name werknemers in commerciële en de hogere technische beroepen niet te voldoen aan de huidige beweegnormen. Werknemers in de dienstverlening, de huisvrouwen/-mannen en de werknemers in de industrie scoorden relatief gunstig. Er waren geen verschillen tussen de beroepen in fitheid zoals gemeten met een fietsergometertest.
Voor- en nadelen van bewegen
Aan de deelnemers is ook naar de voor- en nadelen van lichaamsbeweging gevraagd. Als meest genoemde voordelen van lichaamsbeweging noemt men conditieverbetering, ontspanning en preventie van gezondheidsproblemen. De kans op blessures en de tijdsinvestering zijn de meest genoemde nadelen. Minder vaak worden het krijgen van spierpijn, zweten en moeheid genoemd.
Niet de deur uit om te bewegen
Vaste trainingsuren worden als een grote belemmering ervaren voor meer bewegen in de vrije tijd. Maar ook items als "de deur uit moeten" en "ongemakkelijk voelen in flitsende pakjes" worden door meer dan een vijfde van de deelnemers aangehaald. Op het werk zijn werkdruk en het ontbreken van mogelijkheden de grootste sta in de weg voor meer bewegen, naast de aard van het werk en al genoeg beweging in het werk. Het fietsen en wandelen naar het werk moeten het afleggen tegen de snelheid van auto en openbaar vervoer.
Tijdgebrek, de grootste belemmering
De lichamelijk inactieve werknemer blijkt zich qua leeftijd en geslacht niet te onderscheiden van de actieve werknemer, maar is wel hoger opgeleid. Hij heeft vooral zittend/staand werk en is bij voorkeur werkzaam in de commerciële sector of als hogere technicus. Hij beweegt vooral minder in het werk, maar sport ook minder. Over zijn conditie is hij duidelijk minder tevreden dan zijn actieve collega. Zijn fitheid is dan ook lager. Tijdgebrek is de grootste belemmering om meer te bewegen en actiever en fitter te worden.
Bewegen stimuleren
Uit de resultaten van de eerste Nationale Gezondheidstest komt naar voren dat de Nederlander te weinig tijd vrij maakt voor training en beweging. Met het oog op de toekomst, waarbij een toename wordt verwacht van het werken op afstand en (intensief) gebruik van internet, zal het bewegen niet worden bevorderd. Maar gezien de blijvende problematiek m.b.t. de WAO en verzuim, is het van belang dat zowel vanuit de overheid als vanuit de werkgever de (werkende) Nederlander wordt gestimuleerd om (meer) te gaan bewegen. Een preventieve aanpak is en blijft belangrijk.