Resultaten van de Nationale Gezondheidstest 2000
In de periode februari/maart 2000 werd de tweede 'Nationale Gezondheidstest' (NGT) georganiseerd. Via een massamediale campagne werden Nederlanders opgeroepen zich (gratis) te laten testen in centra voor training en therapie. Naast een aantal fysieke metingen (lengte, gewicht, Åstrandtest ter bepaling van de lichamelijke fitheid, huidplooidiktemetingen en de sit-and-reach test) kregen de deelnemers een uitgebreide vragenlijst voorgelegd. In 2000 meldden zich 2522 volwassenen aan. De voornaamste resultaten worden hieronder samengevat. Een uitgebreide rapportage is gepubliceerd in het Trendrapport Bewegen en Gezondheid 1999-2000 (maart 2002).

Te weinig beweging

Meer dan de helft van de deelnemende werknemers beweegt onvoldoende volgens de huidige normen voor gezond bewegen. Tweederde van de deelnemers heeft wel het voornemen om meer te gaan bewegen. Bij degenen die de norm niet halen is dat zelfs 77%. Dat betekent tegelijkertijd dat een kwart van degenen die onvoldoende bewegen géén reden ziet om meer te gaan bewegen. Volgens de huidige gezondheidskundige normen is het gewenst tenminste vijf dagen per week tenminste 30 minuten per dag matig intensief te bewegen (bijv. fietsen of stevig wandelen).
Zitten tijdens het werk onvoldoende gecompenseerd in vrije tijd
Werknemers in zittende beroepen doen niet minder aan sport dan werknemers met lichamelijk meer actieve beroepen, maar voldoen wel minder vaak aan de normen voor gezond bewegen. Zij bewegen blijkbaar qua frequentie, duur en/of intensiteit relatief onvoldoende om hun relatieve bewegingsarmoede in het werk te compenseren.
Actieve werknemers functioneren beter
Wat betreft gezondheid en functioneren op het werk valt op dat minder actieve werknemers zich vrij consistent in ongunstige zin onderscheiden van meer actieve werknemers, terwijl deelnemers die reeds langer actief zijn zich juist in gunstige zin onderscheiden. Duurzaam actieve werknemers blijken gezonder, fitter, functioneren beter en rapporteren minder burnout-klachten en minder verzuim.
Meest favoriete vormen van bewegen en vrije tijdsbesteding
Sporten blijkt de meest favoriete vorm van lichaamsbeweging te zijn voor de actieven. Fietsen/wandelen is in alle groepen favoriet, maar vooral bij de minder actieven. Naarmate men minder actief is neemt de interesse voor andere vormen van beweging (zoals tuinieren/klussen) toe. Minder actieve deelnemers geven de voorkeur aan meer lichamelijk passieve en minder intensieve vormen van vrije tijdsbesteding zoals tv kijken, computeren of lezen. Opnieuw is opvallend dat fietsen/wandelen in alle groepen favoriet is. Sporten is vooral favoriet bij de meer actieven.
Motieven en belemmeringen
De motieven om te bewegen verschillen nauwelijks tussen actieven en minder actieven. Hoewel, weinig actieve deelnemers vinden het relatief belangrijk om 'eruit te zijn' , terwijl het motief 'energie krijgen/fitter worden' vaker door meer actieve deelnemers wordt genoemd. Geen tijd en te druk vormen in alle groepen de grootste belemmering om te gaan bewegen. Weinig actieve deelnemers onderscheiden zich vooral doordat zij vaak aangeven andere zaken leuker te vinden. Opvallend is dat minder actieve deelnemers relatief vaak van mening zijn dat ze reeds genoeg bewegen.