Resultaten van de Nationale Gezondheidstest 2001
In 2001 is in opdracht van de Nederlandse Hartstichting de derde Nationale Gezondheidstest gehouden, ditmaal beperkt tot een aantal geselecteerde bedrijven met overwegend zittend werk. De deelnemers kregen een bewegingsadvies op maat en TNO Arbeid analyseerde de impact daarvan op het kennisniveau over de norm voor gezond bewegen en het daadwerkelijke beweeggedrag. Met name de eventuele meerwaarde van een extra testronde is bekeken. Die bleek beperkt. Ook een eenmalig beweegadvies leidt reeds tot een vergroting van het kennisniveau, het voornemen om meer te gaan bewegen en ook tot een daadwerkelijk verhoging van lichamelijke activiteit.
Opzet van het onderzoek
Naast de individuele advisering was de NGT 2001 opgezet om na te gaan of een éénmalige NGT-meting mensen reeds kan stimuleren tot meer bewegingsactiviteiten en of dat een tweede meting als 'stok achter de deur' nodig is om effect te sorteren. Om dit te onderzoeken kreeg de helft van de deelnemers aan de NGT 2001 te horen dat ze vier maanden later opnieuw op hun fitheid getest zouden worden. Na de tweede test is vervolgens gekeken of er verschil was ontstaan in de kennis over gezond bewegen, het beweeggedrag en de gezondheid tussen deelnemers met één en deelnemers met twee testrondes. Bij zes bedrijven met vooral zittende arbeid zijn 414 werknemers getest. Zij zijn vervolgens at random verdeeld over twee groepen: een controlegroep met één testronde en een interventiegroep met twee testrondes. De werknemers in de interventiegroep kregen na afloop van de NGT te horen dat ze vier maanden later opgeroepen zouden worden voor een herhaling van de fysieke metingen ter bepaling van de fitheid. Na vier maanden ontvingen beide groepen opnieuw een vragenlijst om het effect van de tweede testronde te kunnen bepalen. Deze vragenlijst werd door 43% van de werknemers in de controlegroep en 66% van de werknemers in de interventiegroep ingevuld.
Resultaten

In beide groepen is het percentage deelnemers dat weet dat dagelijks 30 minuten bewegen gezond is significant gestegen van 78% tot ruim 90%. De tweede test heeft hier dus geen duidelijke meerwaarde. Het percentage deelnemers dat voldoet aan de normen voor bewegen is in beide groepen significant gestegen. Ook hier is geen significant verschil zichtbaar tussen de beide groepen en is een tweede test niet nodig voor het behalen van dit resultaat . Een tweede testronde lijkt wel de meer intensieve vormen van bewegen te stimuleren: in de groep met twee testrondes voldoet een hoger percentage aan de fitheidsnorm. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan de conditietest, die immers alleen met meer intensieve vormen van beweging te beïnvloeden is en deelnemers dus stimuleert vooral activiteiten te kiezen die hun score op deze test zal kunnen verbeteren. Tweederde van de deelnemers in beide groepen heeft zich na de NGT voorgenomen om meer te gaan bewegen. In de controlegroep is 41% daadwerkelijk meer gaan bewegen; in de interventiegroep is dit 57% (significant verschil). Het feit dat de deelnemer wist dat hij/zij na enkele maanden opnieuw een meting en/of vragenlijst zou krijgen, heeft bij 20% van de deelnemers in de controlegroep en 35% van de deelnemers in de interventiegroep geholpen om meer te (blijven) bewegen (significant verschil). Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen beide groepen met betrekking tot het gewichtsafname, conditie, algemene gezondheid en arbeidsverzuim. Ook op de scores op gezondheid en verzuim heeft een tweede meting geen effect.

Conclusie
De resultaten van dit onderzoek geven aan dat het éénmalig deelnemen aan de Nationale Gezondheidstest reeds een positief effect heeft op de kennis over gezond bewegen en het beweeggedrag: ruim 90% van de deelnemers weet vier maanden na de NGT dat dagelijks 30 minuten bewegen gezond is en het percentage deelnemers dat voldoet aan de normen voor bewegen is duidelijk gestegen. Het toevoegen van een tweede testronde heeft ook geen invloed gehad op de kennis over gezond bewegen en het voornemen om meer te gaan bewegen.Of de effecten geheel aan deelname aan de NGT zijn toe te schrijven of samenhangt met het vooruitzicht op een vervolgvragenlijst is overigens niet te zeggen, omdat dit onderzoek geen controlegroep bevatte die niet aan de NGT heeft deelgenomen. Het feit dat de deelnemer wist dat hij/zij na enkele maanden opnieuw getest zou worden heeft bij eenderde van de deelnemers in de interventiegroep geholpen om meer te (blijven) bewegen. Maar ook de wetenschap dat een vervolgvragenlijst ingevuld moest worden bleek bij 20% van de deelnemers in de controlegroep naar eigen zeggen stimulerend te werken.