Resultaten
Nationale Gezondheidstest 2003 |
|||
Sinds 1999 voert TNO samen met Stichting Pur Sang, in opdracht van de Nederlandse Hartstichting en met subsidie van het ministerie van VWS, jaarlijks de Nationale Gezondheidstest (NGT) uit om deelnemers te stimuleren tot meer lichamelijke activiteit en een gezondere leefstijl.
In Nederland komt overgewicht steeds meer voor. Overgewicht ontstaat wanneer er over een langere periode sprake is van een positieve energiebalans; dat wil zeggen dat de gemiddelde energie-inname (via voeding) hoger ligt dan het gemiddelde energiegebruik (door o.a. lichamelijke activiteit). Gewichtstoename in de afgelopen jaren is een indicatie dat er sprake is (geweest) van een positieve energiebalans. Welke mensen nemen toe in gewicht? Zijn dat de mensen die te veel (vet) eten of juist de mensen die te weinig lichamelijk actief zijn? Weten mensen dat de energiebalans een rol speelt in het ontstaan van overgewicht? En in welke mate zijn mensen zich bewust van hun energiebalans, gewicht, beweeggedrag en vetconsumptie? Om deze vragen te beantwoorden zijn gegevens van de NGT 2003 gebruikt. Via een massamediale campagne werden volwassen Nederlanders opgeroepen zich te laten testen in een testcentrum. Na afname van een vragenlijst en een aantal fysieke metingen ontving de deelnemer een terugkoppeling over de resultaten van de metingen en een individueel beweeg- en leefstijladvies.
Uit zelfrapportage van 5.983 deelnemers boven de 23 jaar blijkt dat 18% in de afgelopen vijf jaar veel zwaarder en 40% een beetje zwaarder geworden is. En deze gewichtstoename is zodanig dat het merendeel van de mensen die zwaarder zijn geworden inmiddels overgewicht of obesitas heeft. Naast het beweeggedrag blijkt ook het te weinig groente en fruit eten sterk samen te hangen met gewichtstoename. Dit zou te maken kunnen hebben met het feit dat groente en fruit veel voedingsvezels bevatten die de verzadiging stimuleren en daardoor de energie-inname verminderen. Opmerkelijk genoeg blijkt dat gewichtstoename niet significant vaker voor te komen bij deelnemers die te veel (verzadigd) vet eten. Deelnemers die weinig bewegen blijken geen lagere vetconsumptie te hebben dan de deelnemers die veel bewegen. Hoewel andere energiebronnen dan vet niet zijn bevraagd, lijkt de combinatie van te weinig bewegen en een niet daarop afgestemde energie-inname de meest plausibele verklaring voor de gevonden gewichtstoename. Ruim een derde van de deelnemers denkt dat overgewicht het gevolg is van alleen teveel eten (17%) of alleen te weinig bewegen (19%). Bijna tweederde (64%) weet wel dat het gaat om een verstoorde balans tussen energie-inname en energieverbruik. Het concept ‘energiebalans’ is dus nog niet algemeen bekend, terwijl vrijwel alle deelnemers wel weten dat regelmatig bewegen en weinig (verzadigd) vet eten gezond is. Een voorbeeld om helder te maken wat het concept ‘energiebalans’ inhoudt is dat je 109 minuten moet wandelen of 64 minuten moet fietsen om opgenomen calorieën van een zak patat te verbranden. Bijna tweederde (63%) van de deelnemers die zwaarder zijn geworden zegt dat la minder vet te eten dan voorheen. Slechts 15% is van plan (nog minder vet te gaan eten. Daarentegen wil 65% meer gaan bewegen, met name de deelnemers die veel zwaarder zijn geworden (72%). Deelnemers met gewichtstoename willen hun energiebalans dus vooral herstellen door hun energieverbruik te verhogen en minder door hun energie-inname te beperken.
Beleidsmakers moeten
(nog) meer voorlichting gaan geven over het concept energiebalans. En
in interventie ter preventie of vermindering van overgewicht moet de intentie
van mensen om hun gewichtstoename door meer bewegen tegen te gaan krachtig
ondersteund worden, zodat het niet bij een voornemen blijft. |