Resultaten Nationale Gezondheidstest 2005

Voor een goede gezondheid is een goede conditie van groot belang. De conditie is een belangrijke aanwijzing voor het risico op het krijgen van allerlei aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, kanker en diabetes. Een juiste inschatting van de eigen conditie kan mensen motiveren hun leefstijl aan te passen als dat nodig is. Het meten van de conditie kost echter tijd en geld en wordt mede hierdoor in de reguliere gezondheidszorg zelden uitgevoerd om iemands risicoprofiel vast te stellen.

Vraagstellingen 2005

Zijn er simpelere methoden dan een uitgebreide conditietest om vast te stellen of iemand voldoende fit is, namelijk:

  • het zelf inschatten van de eigen fitheid;
  • het voldoen aan de fitheidsnorm (drie maal per week twintig minuten intensief bewegen);
  • de Body Mass Index (BMI)?
Resultaten 2005
  • De deelnemers :
    Van 1428 deelnemers aan de Nationale Gezondheidstest van 2005 die de gehele vragenlijst hebben ingevuld en een submaximale Åstrandfietstest hebben uitgevoerd, is de maximale zuurstofopname, als maat voor de conditie, berekend.
  • Het zelf inschatten van de eigen fitheid :
    Bijna tweederde van de deelnemers met een lage gemeten conditie schatte zijn eigen conditie als gemiddeld tot hoog in. Zij denken dus dat zij fitter zijn dan werkelijk het geval is. Dit betekent dat met een vraag naar het zelf ingeschatte conditieniveau de risicogroep met een lage conditie niet goed opgespoord kan worden.
  • Het voldoen aan de fitheidsnorm :
    Ook de fitheidsnorm voldoet niet. Weliswaar is het p erc entage overschatting van de conditie op basis van de fitheidsnorm (minimaal 3 keer per week 20 minuten intensief bewegen) binnen de groep deelnemers met een lage conditie veel lager (32%), maar 65% van de deelnemers die niet aan de fitheidsnorm voldeden had toch een gemiddelde tot hoge gemeten conditie. De vraag naar het aantal keer per week intensief bewegen geeft dus vaak een onderschatting van de gemeten conditie.
  • De Body Mass Index :
    Mmet de indeling overgewicht/obesitas versus normaal gewicht kan de groep met een lage conditie niet goed worden opgespoord. Binnen de groep deelnemers met een (zeer) laag gemeten conditieniveau had 38% een normale BMI. Echter 56% van de deelnemers met overgewicht of obesitas had een gemiddeld tot hoge gemeten conditie. Ook het meten van de BMI geeft dus vaak een onderschatting van de gemeten conditie.
Conclusie

Deze resultaten betekenen dat één vraag naar de eigen inschatting van de conditie, één vraag naar de mate van intensief bewegen of het meten van de BMI vooralsnog geen geschikte methoden lijken om mensen met een lage conditie op te kunnen sporen. Aangezien de conditie een belangrijke gezondheidsindicator is, is een betrouwbare en valide conditietest gewenst om iemands risicoprofiel vast te stellen.